Flower Power en cannabis

Door Shanna Pettens

De flowerpowerbeweging ontstond in de late jaren zestig als een artistieke jeugdcultuur onder studenten in Californië, met San Francisco als bakermat. De subcultuur was een uiting van een tegencultuur binnen de Amerikaanse samenleving en werd gekenmerkt door een anti-establishment houding en een uitgesproken weerstand tegen de oorlog in Vietnam die destijds volop aan de gang was. 

Traditionele verhoudingen binnen de maatschappij, de politiek en het gezin werden door de beweging aan de kaak gesteld. Het activisme kwam van onderaf en werd gekenmerkt door een sterke do-it-yourself-mentaliteit.

Aanhangers voelden een grote drang naar vrijheid en droomden van een nieuwe, utopische wereld. Deze boodschap droegen ze uit met slogans als ‘love and peace’ en ‘make love not war’. 

De stroming won aan bekendheid toen de zeer populaire muziekgroep The Beatles zich ermee identificeerde. Het hoogtepunt van de flowerpowerbeweging in de Verenigde Staten was het muziekfestival Woodstock in 1969. 

Vrije liefde en cannabis

Aanhangers van de flowerpower-subcultuur werden ‘hippies’ genoemd. Deze jongeren vonden dat de mens in harmonie met de natuur moest leven, protesteerden tegen oorlog, honger en armoede in de wereld en verzetten zich tegen de burgerlijke en kapitalistische maatschappij van hun ouders. Om de idealen van de flowerpowerbeweging in praktijk te brengen stichtten een aantal van deze bevlogen jongeren communes. 

In deze leef- of woongemeenschappen werd alles gezamenlijk gedaan en behoorden alle of bijna alle materiële bezittingen tot de gehele gemeenschap, uitgaande van het principe dat de individuele leden enkel gebruikten wat ze nodig hadden. Er werd veel aan vrije seks gedaan, waarbij er niet op een bedpartner meer of minder werd gekeken. Het spreekt voor zich dat deze onconventionele manier van leven niet altijd gewaardeerd werd door de oudere generaties. 

De jongeren die tot de flowerpowerbeweging behoorden waren vooral herkenbaar aan hun kleding en haardracht. Ze droegen meestal wijdvallende kledij met fleurige patronen en kleuren, slippers en ruwkatoenen hemden. De meeste hippies – ook mannen! – hadden lang haar en de meisjes en vrouwen droegen vaak een haarband. 

Verder luisterden ze voornamelijk naar psychedelische muziek, een genre dat vaak gelinkt wordt aan geestverruimende middelen. Veel aanhangers van de flowerpowerbeweging rookten cannabis. Niet alleen voor een intensere (muziek)beleving, maar ook omdat ze geloofden dat blowen hielp om vredelievende gedachten te ontwikkelen. Alcohol wezen de meesten dan weer af omdat ze dat als ‘bewustzijnsvernauwend’ beschouwden. 

Amsterdam als ‘magisch centrum’ van de Europese hippiecultuur

Hoewel de flowerpowerbeweging zijn oorsprong kende in de Verenigde Staten, namen jongeren in Canada en Europa eveneens aspecten van deze typische levenswijze over.

Naast Londen werd ook Amsterdam door velen als een ‘magisch centrum’ van de Europese hippiecultuur gezien. De progressieve Nederlandse stad ontwikkelde zich eind jaren zestig tot een vrijplaats, waar ludieke acties, demonstraties van dolle mina’s en studentenprotesten plaatsvonden. 

Hoewel het gebruik in die tijd nog niet gedoogd werd, was cannabis ook erg populair bij de Nederlandse hippies. Blowen was een sociale aangelegenheid en gelijkgestemden gaven hun joint of ‘stickie’ zonder aarzelen aan elkaar door. De Nederlandse ‘love & peace’-generatie verspreidde haar boodschap onder meer door middel van stickers met boodschappen als ‘een tevreden roker is geen onruststoker’ en ‘beter langharig dan kortzichtig’. 

Het einde 

Het einde van de flowerpowertijd werd ingezet door een naar incident dat plaatsvond tijdens één van de vele gratis rockconcerten die er in die tijd gegeven werden. Tijdens ongeregeldheden waarbij o.a. leden van de beruchte motorclub de Hell’s Angels als zelfverklaarde ‘beveiligers’ een opruiende rol speelden vielen er vier doden. Dat was voor velen het teken om de beweging die zo vredelievend begonnen was weer te verlaten. 

Ook in ons land gingen veel hippies langzaamaan weer aan andere dingen denken, zoals trouwen en carrières – zaken die ze tijdens de hoogtijdagen van de beweging nog als achterhaald en burgerlijk afgedaan hadden. De Nederlandse cabaretière en zangeres Adèle Bloemendaal zong hier later het mooie liedje “De Jaren ’60” over.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord