Door Shanna Pettens

Voor dit stukje cannabisgeschiedenis neem ik je mee naar het Parijs van de jaren 1840. Op het Île Saint-Louis, een natuurlijk eilandje in de Seine dat door één van de leden omschreven werd als ‘een oase van eenzaamheid te midden van Parijs’, kwam een select groepje Parijse heren maandelijks samen in een oud hotel. Hoewel een aantal grote namen van de Franse literatuur lid waren van de club werd er tijdens de onderonsjes van le Club des Hashischins niet (alleen) over boeken gepraat.  

Escapisme en geestverruimende middelen

Sinds de industriële revolutie was Parijs in volle expansie. In 1840 overschreed het aantal inwoners de kaap van één miljoen en was het gebied binnen de stadsmuren quasi volgebouwd. Het was een tijd van modernisering en industrialisering die niet voor iedereen positief uitpakte.

De arbeidersklasse leefde opeengehoopt en in armoedige omstandigheden. Door een combinatie van gebrekkige hygiëne, ondervoeding en slecht geventileerde woonruimtes werden veel inwoners getroffen door de tering (TBC).

In een omgeving die gekenmerkt werd door verstedelijking, sociale ongelijkheid en ziekte ontstond bij de toenmalige kunstenaars een verlangen om aan de grauwe werkelijkheid te ontsnappen. Deze drang weerspiegelde zich in de schilderkunst en literatuur. In de kunstgeschiedenis wordt deze periode aangeduid als de Romantiek. 

Deze stroming werd gekenmerkt door een hernieuwde belangstelling voor het verleden, respect en bewondering voor de ongerepte natuur die als ‘bezield’ ervaren werd, geïdealiseerde – maar vaak onbereikbare – romantische liefde en escapisme. Verder waren de meeste Romantici gefascineerd door het bovennatuurlijke en het occulte.

Vele Romantische kunstenaars zochten hun toevlucht in een idyllische droomwereld. Geestverruimende middelen zoals opium en hasj maakten in de eerste helft van de negentiende eeuw hun opmars in Europa. In wetenschappelijke en literaire kringen was het recreatieve gebruik van deze substanties wijdverbreid. Toen Algerije, Tunesië en een deel van Marokko onder Frans bewind kwamen te staan, nam de populariteit en de consumptie van hasj nog toe. 

De Parijse hasj-eters

Aanhangers van de Parijse Romantische beweging waren onder meer Victor Hugo, voornamelijk bekend van zijn roman Les Misérables, novelleschrijver Honoré de Balzac en dichter Charles Baudelaire. Samen met enkele gelijkgestemden vormden ze vanaf 1844 een groep die ‘le Club des Hashishins’ – letterlijk ‘de club van hasj-eters’ – heette. De leden kwamen samen in Hôtel Pimodan op het Île Saint-Louis. Dit hotel bestaat de dag van vandaag nog steeds onder de naam Hôtel de Lauzun.

Dankzij de getuigenis van Théophile Gautier hebben we een idee van hoe het er tijdens zo’n bijeenkomst aan toe ging. De schrijver bezocht de club voor het eerst in december 1845 en deelde zijn ervaring in het literaire, politieke en culturele tijdschrift Revue des Deux Mondes. Naar eigen zeggen gaf hij gehoor aan ‘een mysterieuze oproep die opgesteld was in raadselachtige bewoordingen die enkel voor ingewijden begrijpelijk waren’. Dit doet vermoeden dat de clubleden in een soort van codetaal communiceerden. 

Gauthier schreef dat de andere leden die avond een voor hen bekende ervaring met hem deelden. Er werd een séance gehouden en de clubleden consumeerden dawamesk, een groenachtige pasta gemaakt van gemaakt van cannabishars gemengd met vet, honing en pistachenoten. Deze uit Noord-Afrika afkomstige lekkernij kan als een voorloper van de huidige edibles beschouwd worden.

Eén van de clubleden gebruikte zijn ervaringen om een boek te schrijven. Psychiater Jacques-Joseph Moreau bestudeerde dawamesk vanuit een wetenschappelijke interesse in het effect van hasj op de menselijke psyche. Tussen 1837 en 1840 reisde hij naar Egypte, Syrië en Klein-Azië om het product te bestuderen. Na zijn terugkeer ging hij in zijn thuisland lustig door met experimenteren. 

Op  basis van zijn bevindingen schreef Moreau “Hasj en mentale vervreemding” waarin hij dromen, hallucinaties en door hasj veroorzaakte delirium met elkaar vergeleek. Zijn werk geldt als het eerste door een wetenschapper geschreven boek over een geestverruimend middel.

Door Shanna Pettens

De flowerpowerbeweging ontstond in de late jaren zestig als een artistieke jeugdcultuur onder studenten in Californië, met San Francisco als bakermat. De subcultuur was een uiting van een tegencultuur binnen de Amerikaanse samenleving en werd gekenmerkt door een anti-establishment houding en een uitgesproken weerstand tegen de oorlog in Vietnam die destijds volop aan de gang was. 

Traditionele verhoudingen binnen de maatschappij, de politiek en het gezin werden door de beweging aan de kaak gesteld. Het activisme kwam van onderaf en werd gekenmerkt door een sterke do-it-yourself-mentaliteit.

Aanhangers voelden een grote drang naar vrijheid en droomden van een nieuwe, utopische wereld. Deze boodschap droegen ze uit met slogans als ‘love and peace’ en ‘make love not war’. 

De stroming won aan bekendheid toen de zeer populaire muziekgroep The Beatles zich ermee identificeerde. Het hoogtepunt van de flowerpowerbeweging in de Verenigde Staten was het muziekfestival Woodstock in 1969. 

Vrije liefde en cannabis

Aanhangers van de flowerpower-subcultuur werden ‘hippies’ genoemd. Deze jongeren vonden dat de mens in harmonie met de natuur moest leven, protesteerden tegen oorlog, honger en armoede in de wereld en verzetten zich tegen de burgerlijke en kapitalistische maatschappij van hun ouders. Om de idealen van de flowerpowerbeweging in praktijk te brengen stichtten een aantal van deze bevlogen jongeren communes. 

In deze leef- of woongemeenschappen werd alles gezamenlijk gedaan en behoorden alle of bijna alle materiële bezittingen tot de gehele gemeenschap, uitgaande van het principe dat de individuele leden enkel gebruikten wat ze nodig hadden. Er werd veel aan vrije seks gedaan, waarbij er niet op een bedpartner meer of minder werd gekeken. Het spreekt voor zich dat deze onconventionele manier van leven niet altijd gewaardeerd werd door de oudere generaties. 

De jongeren die tot de flowerpowerbeweging behoorden waren vooral herkenbaar aan hun kleding en haardracht. Ze droegen meestal wijdvallende kledij met fleurige patronen en kleuren, slippers en ruwkatoenen hemden. De meeste hippies – ook mannen! – hadden lang haar en de meisjes en vrouwen droegen vaak een haarband. 

Verder luisterden ze voornamelijk naar psychedelische muziek, een genre dat vaak gelinkt wordt aan geestverruimende middelen. Veel aanhangers van de flowerpowerbeweging rookten cannabis. Niet alleen voor een intensere (muziek)beleving, maar ook omdat ze geloofden dat blowen hielp om vredelievende gedachten te ontwikkelen. Alcohol wezen de meesten dan weer af omdat ze dat als ‘bewustzijnsvernauwend’ beschouwden. 

Amsterdam als ‘magisch centrum’ van de Europese hippiecultuur

Hoewel de flowerpowerbeweging zijn oorsprong kende in de Verenigde Staten, namen jongeren in Canada en Europa eveneens aspecten van deze typische levenswijze over.

Naast Londen werd ook Amsterdam door velen als een ‘magisch centrum’ van de Europese hippiecultuur gezien. De progressieve Nederlandse stad ontwikkelde zich eind jaren zestig tot een vrijplaats, waar ludieke acties, demonstraties van dolle mina’s en studentenprotesten plaatsvonden. 

Hoewel het gebruik in die tijd nog niet gedoogd werd, was cannabis ook erg populair bij de Nederlandse hippies. Blowen was een sociale aangelegenheid en gelijkgestemden gaven hun joint of ‘stickie’ zonder aarzelen aan elkaar door. De Nederlandse ‘love & peace’-generatie verspreidde haar boodschap onder meer door middel van stickers met boodschappen als ‘een tevreden roker is geen onruststoker’ en ‘beter langharig dan kortzichtig’. 

Het einde 

Het einde van de flowerpowertijd werd ingezet door een naar incident dat plaatsvond tijdens één van de vele gratis rockconcerten die er in die tijd gegeven werden. Tijdens ongeregeldheden waarbij o.a. leden van de beruchte motorclub de Hell’s Angels als zelfverklaarde ‘beveiligers’ een opruiende rol speelden vielen er vier doden. Dat was voor velen het teken om de beweging die zo vredelievend begonnen was weer te verlaten. 

Ook in ons land gingen veel hippies langzaamaan weer aan andere dingen denken, zoals trouwen en carrières – zaken die ze tijdens de hoogtijdagen van de beweging nog als achterhaald en burgerlijk afgedaan hadden. De Nederlandse cabaretière en zangeres Adèle Bloemendaal zong hier later het mooie liedje “De Jaren ’60” over.

Door Shanna Pettens

Tot op de dag van vandaag wordt William Shakespeare (°1564 – † 1616) gezien als de grootste schrijver die Engeland ooit heeft voortgebracht. De dichter en toneelschrijver was van alle markten thuis. Hij schreef zowel gedichten als toneelspelen en pinde zich niet vast op één enkel genre. Zijn oeuvre omvat zowel tragedies als kluchten. Daarnaast waagde hij zich ook aan historische stukken zoals Macbeth, dat deels gebaseerd was op het waargebeurde verhaal van de Schotse koning Mac Bethaid mac Finláech.

Dat zijn werk nog steeds relevant is, heeft enerzijds met de uitmuntende kwaliteit en anderzijds met de inhoud te maken. In zijn drama’s komen namelijk universele thema’s aan bod, zoals wraak, familievetes en onmogelijke liefde. De in Stratford-upon-Avon geboren auteur wordt als de eerste moderne toneelschrijver beschouwd en zijn stukken dienen nog steeds als inspiratie voor theatervoorstellingen, opera’s, musicals en films. 

De poëet had bovendien een enorme invloed op de Engelse taal. In het Britse woordenboek staan naar schatting 1700 woorden die voor het eerst door Shakespeare gebruikt werden. Tijdens het schrijven van zijn theaterstukken bedacht hij nieuwe begrippen, onder andere door voorzetsels voor bestaande woorden te plaatsen. Op die manier kwam het werkwoord ‘undress’ (uitkleden) en het bijvoeglijk naamwoord ‘invulnerable’ (onkwetsbaar) tot stand.

Ten slotte introduceerde hij complete uitdrukkingen die in het hedendaagse Engels nog steeds courant gebruikt worden. Denk maar aan ‘to vanish into thin air’ (in het niets verdwijnen) en ‘a heart of gold’ (een hart van goud) en ‘to break the ice’ (het ijs breken). Ook het beroemde citaat ‘to be or not to be’ uit de monoloog van Hamlet, het hoofdpersonage uit de gelijknamige tragedie, doet bij velen een belletje rinkelen. 

Verwijzingen naar cannabis in toneelstukken en sonnetten

Niet alleen Shakespeares literaire werk trok de aandacht van onderzoekers, ook over zijn privéleven werd druk gespeculeerd. Zo zagen literatuurwetenschappers in enkele van zijn sonnetten aanwijzingen voor zijn vermeende biseksualiteit. Sommigen meenden ook allusies op cannabis in zijn werk te herkennen.

Toespelingen op ‘de andere muze’ vinden we ondermeer terug in ‘The Merry Wives of Windsor’. In de komedie zegt één van de personages tegen het publiek dat hij ‘pipe wine’ wil drinken. Deze lijn tekst zou naar tabak kunnen verwijzen, maar ook naar een andere substantie die in een pijp gerookt kan worden.

Sonnet 76 bevat een duidelijkere aanwijzing, meer bepaald in het zesde vers dat luidt: ‘And keep invention in a noted weed’. ‘Een bekend kruid’ slaat vermoedelijk op cannabis en ‘invention’ op het creatieve denkproces dat aan het schrijven voorafgaat. 

Shakespeare zou overigens niet de enige schrijver van zijn generatie geweest zijn die cannabis als geestverruimend middel gebruikte om zijn creativiteit aan te scherpen. Zijn tijdgenoot Walter Raleigh scheen evenmin afkerig geweest te zijn van het geurige kruid.

Tot slot is er het vers ‘like as, to make our appetites more keen’ in sonnet 118. Het woord ‘appetite’ kan letterlijk ‘eetlust’ betekenen – één van gekende effecten van cannabis is dat het de eetlust stimuleert – maar kan ook verwijzen naar de zin om te schrijven of zelfs naar levenslust. 

Cannabisrestanten op pijpfragmenten

Het meest overtuigende bewijs vonden wetenschappers echter niet terug in Shakespeares teksten, maar in zijn tuin! De Zuid-Afrikaanse professor Francis Thackeray onderzocht samen met twee collega’s 24 pijpfragmenten die afkomstig waren uit Stratford-upon-Avon en omgeving en dateerden uit het begin van de 17de eeuw. Verschillende daarvan waren opgegraven uit de tuin van de beroemde schrijver.

Link naar studie: Shakespeare, planten en chemische analyse van vroege 17e-eeuwse klei ’tabak’ pijpen uit Europa (scielo.org.za)

Uit de chemische analyses van de plantenresten bleek dat acht ‘tabakspijpen’ sporen van cannabis bevatten. Vier van die pijpen kwamen uit Shakespeares tuin. In combinatie met de vermeende verwijzingen in zijn teksten kunnen we er dus van uitgaan dat één van de grootste schrijvers aller tijden een fervent cannabisgebruiker was.

Door Shanna Pettens

Is cannabis legaal? Het antwoord op deze schijnbaar eenvoudige vraag is tamelijk ingewikkeld en genuanceerd. Ten eerste verschilt de wetgeving van land tot land. Iets wat in Nederland toegelaten is, kan in een buurland strafbaar zijn. Ook op nationaal niveau kan er onduidelijkheid bestaan omtrent de regelgeving rond het gebruik, het bezit en de verkoop van cannabis.

De Nederlandse drugswetgeving is gebaseerd op de Opiumwet van 1928 die stelt dat het bezit van alle soorten drugs, waaronder ook cannabis, verboden is. Anderzijds stelt diezelfde wet ook dat bepaalde etablissementen waar cannabisgebruik plaatsvindt – de zogenaamde coffeeshops – wel getolereerd worden door de plaatselijke autoriteiten, mits ze zich aan strenge regels houden. 

In buurland België wordt cannabis nog steeds als een illegale drug beschouwd. Dit houdt in dat er aan cannabisbezit en/of -gebruik een straf kan vasthangen, zowel voor minderjarigen als voor meerderjarigen. Anderzijds vond er bij de laatste aanpassing van de drugswet in 2003 wel een decriminalisering plaats, wat in praktijk betekent dat cannabisgebruik en -bezit door volwassenen de laagste vervolgingsprioriteit krijgt. De regelgeving is met andere woorden een typisch voorbeeld van een ‘compromis à la belge’.

Verbod leidt niet tot daling in gebruik

De situatie in België toont aan dat een verbod niet noodzakelijk tot een daling in gebruik leidt. Uit cijfers van Sciensano is namelijk gebleken dat het aantal 15- tot 64-jarigen dat ooit cannabis gebruikte tussen 2001 en 2018 verdubbeld is van één op de tien naar één op de vijf. Bovendien zegt 8% van de 15- tot 34-jarigen (bijna) dagelijks cannabis te gebruiken.     

Bron: Microsoft Word – ID_rapport2_HIS2018_NL_v3 (sciensano.be)

Risico’s van ongebreidelde handel

Omdat er in België geen coffeeshops zijn, kopen de meeste gebruikers hun voorraad bij een plaatselijke dealer. Op die manier is er geen sprake van (kwaliteits)controle. Men weet bijvoorbeeld niet hoe sterk de cannabis is. 

De laatste tien jaar worden er wel bepaalde tendensen opgemerkt: zo stellen we onder meer vast dat het THC-gehalte aanzienlijk gestegen is, waardoor de cannabis die nu in omloop is niet meer te vergelijken valt met de cannabis van pakweg twintig jaar geleden. 

Daarnaast zien we dat plantaardige wiet soms versneden wordt met synthetische cannabinoïden, wat het effect nog onvoorspelbaarder maakt. Want hoewel er aan plantaardige cannabinoïden veel gezondheidsvoordelen verbonden zijn, kunnen  stoffen van synthetische oorsprong, al dan niet in een te hoge dosering, risico’s inhouden. Personen met een bepaalde gevoeligheid kunnen last krijgen van paranoia of zelfs in een psychose belanden. 

Tot slot sluit ongecontroleerde handel de verkoop aan minderjarigen niet uit. 

Voordelen van legalisering

Tegenstanders opperen vaak dat legalisering en regulering gelijk staan aan de risico’s minimaliseren en zelfs cannabisgebruik promoten. Experts geven toe dat het tot een tijdelijke toename van het gebruik zou kunnen leiden, maar dat dat niet persé het geval hoeft te zijn. Overigens blijkt uit cijfers dat het cannabisgebruik de afgelopen jaren ook gestegen is in landen waar het nog steeds illegaal is. Kijk maar naar België. 

Bovendien weegt een mogelijke stijging in gebruik volgens deze experts niet op tegen de voordelen van legalisering en regulering. Het verkleint de risico’s, omdat de kwaliteit gecontroleerd kan worden en gebruikers gerichter geïnformeerd kunnen worden. Door voorlichting in de middelbare scholen te geven, kan je jongeren bijvoorbeeld waarschuwen om cannabis niet te combineren met alcohol.  

Gereguleerd aanbod

Legalisering vraagt om een gereguleerd aanbod. Over de manier waarop dit gerealiseerd kan worden, liggen er in België al een aantal ideeën op tafel. Mogelijk wordt cannabis in de (nabije) toekomst op voorschrift verkrijgbaar bij de apotheek of je kan je bevoorraden bij een gereguleerde overheidswinkel of een vzw die een vergunning heeft om wiet te verkopen (een gelijkaardig systeem als de Nederlandse coffeeshops).   

Voor welke optie er ook gekozen wordt, de kans dat België cannabisgebruik en -bezit in de komende jaren legaliseert is naar mijn gevoel groot. In het aangrenzende Groothertogdom Luxemburg is het trouwens al bijna zover: vanaf 2023 wordt de productie, de verkoop en het gebruik van cannabis gelegaliseerd. Dit zou een primeur binnen de EU zijn. 

Cannabisgeschiedenis: Jezus’ heilige zalfolie bevatte cannabis

Door Shanna Pettens

Jezus Christus stond bekend om de talrijke mirakels die hij tijdens zijn publieke leven verrichtte. Van water in wijn veranderen tot over water lopen, maar ook exorcismes en verschillende tot voor kort onverklaarbare genezingen. Zo is er in het Nieuwe Testament onder andere sprake van een blinde die opnieuw kon zien nadat Jezus hem met zijn heilige olie gezalfd had.

Auteur, journalist en cannabishistoricus David Bienenstock meent te weten wat de olie van Jezus letterlijk tot een ‘wondermiddel’ maakte. In een interview met Daily Star Online verklaarde hij waarom hij gelooft dat de heilige olie… cannabis bevatte. 

Het interview vind je via onderstaande link:

Heilige rook: Jezus gebruikte cannabisolie om ‘wonderen’ te verrichten – Daily Star

Hoewel Bienenstocks theorie heel wat stof deed opwaaien, is hij vanuit historisch perspectief behoorlijk plausibel. Bij verschillende beschavingen was het gebruik van cannabis voor medicinale en religieuze doeleinden immers al van voor onze jaartelling ingeburgerd. 

In de periode waarin Jezus geleefd zou hebben was het geurige kruid niet alleen bekend in het Verre Oosten, maar ook in het Oude Griekenland en het nabijgelegen Egypte. De kans is dus reëel dat er ook in de regio van het huidige Israël en Palestina cannabis gekweekt werd. 

Vertaalfout

De heilige olie die Jezus gebruikte kende een lange geschiedenis. Ze werd voor het eerst vermeld in het boek Exodus. Jahweh gaf Mozes, de profeet die zijn volk vanuit Egypte naar het Beloofde Land leidde, de opdracht om een zalfolie te bereiden. Alle personen en voorwerpen die hij met deze olie zalfde, zouden heilig worden.

Het recept van de zalfolie is terug te vinden in Exodus 30:22-26. Naast mirre, kaneel en olijfolie bevatte het een ingrediënt dat in het Hebreeuws ‘kaneh-bosem’ heette. Lange tijd werd gedacht dat het om zoet riet ging of om kalmoes, een geneeskrachtige plant die onder meer in Egypte en het Oude Griekenland gebruikt werd om spijsverteringklachten te verlichten. 

Sula Benet, een van origine Poolse antropologe, was de eerste die bedenkingen uitte bij die vertaling. Door vergelijkbare woorden in verwante talen te bestuderen ontdekte ze dat ‘kaneh-bosem’ niet naar kalmoes, maar naar hennep verwees. 

Verklaring voor ‘mirakels’

Aan het begin van onze jaartelling was de medische kennis niet zo uitgebreid als de dag van vandaag. Daardoor kregen fenomenen waarvoor nog geen wetenschappelijke verklaring bestond al snel een religieuze interpretatie. Als we sommige passages over Jezus’ behandeling van zieken vergelijken met moderne verslagen over cannabisolie stellen we echter opvallende overeenkomsten vast.

Zo schreef Marcus in zijn evangelie dat de Messias en zijn leerlingen ‘vele duivels uitdreven en vele zieken zalfden met olie, waardoor ze genazen (Marcus 6:13)’. Waarschijnlijk ging het in werkelijkheid niet om bezetenheid, maar om epilepsieaanvallen. 

Intussen weten we dat zowel CBD- als THC-olie anti-epileptische eigenschappen bezitten en dat beide oliën in combinatie gebruikt kunnen worden om zware vormen van epilepsie te behandelen.  

Hetzelfde geldt voor de blinden die na Jezus’ zalving weer konden zien. Vermoedelijk leden deze mensen aan glaucoom, een aandoening die veroorzaakt wordt door een te hoge oogdruk en onbehandeld tot zenuwschade, zichtverlies en uiteindelijk tot blindheid kan leiden. 

Uit onderzoek blijkt dat THC-olie de oogdruk verlaagt en de doorbloeding verbetert, waardoor het risico op schade ten gevolge van deze oogziekte aanzienlijk vermindert.

Aangezien de zalfolie volgens het Bijbelse recept een tamelijk grote hoeveelheid cannabis bevatte, veronderstelt Bienenstock dat de medicinale verbindingen van de plant krachtig genoeg waren om minstens een deel van de genezingswonderen te verklaren die aan Jezus worden toegeschreven.

Openheid voor evoluerende interpretaties van het evangelie

Bienenstocks theorieën zijn nogal controversieel en kunnen bij sommige christenen die geen cannabis gebruiken in het verkeerde keelgat schieten. Aangezien iedereen met de juiste kennis gebruik kan maken van de geneeskrachtige eigenschappen van cannabis, kan het immers lijken alsof hij de wonderen die Jezus verrichtte bagatelliseert.

De verklaringen van de auteur doen echter geen afbreuk aan het feit dat Hij aandoeningen genas waarvoor destijds nog geen behandeling bestond. 

Aan het einde van het interview zei de cannabishistoricus dan ook dat hij het belangrijk vindt dat gelovigen openstaan voor evoluerende interpretaties van het evangelie. Naar eigen zeggen beseft hij dat er een enorm debat woedt over de geneeskrachtige eigenschappen van de cannabisplant en hij hoopt dat de acceptatie van zijn bevindingen kan helpen om het medicinale gebruik van cannabis te bevorderen.

Door Shanna Pettens

Tegenstanders beweren al decennialang dat cannabis hersencellen doodt. Ondanks dat recent onderzoek het tegendeel bewees, is deze misvatting wijdverbreid en leidt ze nog steeds tot vooroordelen en ongegronde angst. Net als ik vraag je je misschien af hoe deze fabel ontstaan is.

In de zoektocht naar antwoorden neem ik je mee naar de Verenigde Staten van de jaren zeventig voor een relatief recent stukje cannabisgeschiedenis dat doorspekt is met onorthodoxe onderzoeksmethoden, eenzijdige conclusies en politieke belangen. 

Hersenschade bij resusapen

In 1974 vroeg de pers aan de toenmalige gouverneur van Californië, Ronald Reagan, om een standpunt in te nemen in verband met het decriminaliseren van cannabis. Hij antwoordde dat ‘de meest betrouwbare wetenschappelijke bronnen’ stelden dat permanente hersenschade een onvermijdelijk gevolg van cannabisgebruik was.

Reagan verwees naar het rapport van Dr. Heath dat eerder dat jaar gepubliceerd was naar aanleiding van zeer dieronvriendelijke proeven met resusapen waarbij de proefdieren gedwongen werden om cannabis te roken. Tijdens die studie bonden de onderzoekers de apen vast in een stoel en deden hen een gasmasker om. Vervolgens pompten ze een grote hoeveelheid cannabisrook in het masker.

Het negatieve effect van de intensieve blootstelling aan de rook werd al snel duidelijk en na verloop van tijd overleden de proefdieren. Na hun dood werd er een dissectie van de hersenen uitgevoerd waarbij de dode hersencellen geteld werden.

Om het effect van cannabis op de hersenen goed te kunnen inschatten moesten de onderzoekers hun vaststellingen vergelijken met proefdieren uit de controlegroep die niet aan cannabis blootgesteld waren. Om de hersenen van de ‘niet-gebruikende’ apen te kunnen bestuderen werden gezonde proefdieren gedood, waarna er eveneens een dissectie van hun hersenen plaatsvond.

Het onderzoeksteam onder leiding van Dr. Heath stelde vast dat de cannabis rokende apen een enorm aantal dode hersencellen hadden in vergelijking met de niet-rokende proefdieren. Volgens het rapport was het cannabisgebruik het enige verschil tussen beide groepen. 

De onderzoekers concludeerden dat de vastgestelde hersenschade enkel aan het cannabisgebruik te wijten kon zijn. De resultaten van de studie werden vervolgens doorgetrokken naar mensen en dat leidde tot de aanname dat cannabis een reëel gezondheidsrisico vormde.

Verstikking en CO-vergiftiging als werkelijke oorzaak

In 1980 kreeg de National Organisation for the Reform of Marijuana Laws (afgekort NORML) na zes jaar procederen eindelijk de toestemming om het beruchte rapport in te kijken. De organisatie, die zich al sinds 1970 inzet voor de legalisering van cannabis voor zowel medisch als niet-medisch gebruik, huurde onderzoekers in om de gerapporteerde resultaten en de gebruikte methodologie onder de loep te nemen.

Al gauw bleek dat de gasmaskers die de apen tijdens de proeven droegen geen rook verloren, waardoor de proefdieren de uitgeademde rook opnieuw inademden en zo te weinig zuurstof binnenkregen. Zuurstofgebrek veroorzaakt al na enkele minuten hersenschade en kan dus het grote aantal dode hersencellen bij de proefdieren verklaren. 

De onderzoekers van de NORML ontdekten bovendien dat de apen tijdens de proeven niet enkel cannabisrook, maar ook koolstofmonoxide (CO) inademden. CO staat bekend als een sluipmoordenaar. Het kleur- en geurloze gas wordt afgegeven door ieder brandend voorwerp en doodt bij inademing hersencellen. In het onderzoeksrapport van Dr. Heath werd deze parameter nergens vermeld.

De door NORML aangestelde wetenschappers concludeerden dat het afsterven van de hersencellen bij de proefdieren meer te maken had met zuurstofgebrek en CO-vergiftiging dan met cannabis. Het feit dat deze factoren in Dr. Heaths rapport volledig buiten beschouwing gelaten werden, had een negatieve impact op de geloofwaardigheid. 

De kans dat Dr. Heath bepaalde parameters opzettelijk uit zijn verslag wegliet, is groot. Inmiddels is aan het licht gekomen dat onderzoek naar de schadelijke effecten van cannabis destijds door overheidsbureaucraten gesponsord werd. We kunnen dus stellen dat de resultaten van zulke studies vaak ‘gekleurd’ waren door politieke belangen.

Recenter onderzoek toont het positieve effect van cannabinoïden op de hersenen aan

In het begin van de 21ste eeuw werd het effect van cannabis op de hersenen opnieuw bestudeerd. In tegenstelling tot wat er voordien beweerd werd, is gebleken dat zowel THC als CBD het ontstaan van nieuwe zenuw- en hersencellen stimuleren.

De celgroei vindt plaats in hersengebieden die geassocieerd worden met leren en geheugen, alsook met angst en depressie.

In een volgend artikel zal ik hier dieper op ingaan…

Ook de Perzen beschreven het gebruik van cannabis

Door Shanna Pettens

Avicenna

Ibn Sina, bij ons beter bekend onder zijn gelatiniseerde naam Avicenna, was een Perzische geleerde die als één van de belangrijkste geografen, theologen, astronomen, denkers en schrijvers van de Islamitische Gouden Eeuw beschouwd wordt.

Hoewel hij over uiteenlopende onderwerpen schreef, staat hij vooral bekend om zijn bijdragen aan de geneeskunde. 

In 1025 na Christus voltooide hij één van zijn bekendste werken: ‘De Canon van de Geneeskunde’, een vijfdelige encyclopedie die veel heeft bijgedragen aan de Arabische medische traditie. In die mate zelfs dat Avicenna wel eens de vader van de vroegmoderne geneeskunde genoemd wordt. 

Rond 1100 werd zijn werk in het Latijn en later ook in andere Europese talen vertaald. De Canon van de Geneeskunde gold eeuwenlang als medische autoriteit en bepaalde de normen in Europa en de Islamitische wereld. Avicenna’s werk legde de basis voor de geneeskunde in de middeleeuwen en de renaissance en zou nog tot halverwege de zeventiende eeuw aan de Europese medische universiteiten gebruikt worden.

Medicinale toepassingen van cannabis

Avicenna’s medische encyclopedie bevatte meerdere vermeldingen van cannabis als remedie tegen onder andere ontstekingen en huiduitslag. Volgens de geleerde kon de volledige plant als medicijn gebruikt worden.

In zijn werk beschreef hij het gebruik van de zaden, wortels, bladeren en zelfs de houtachtige stengels voor verschillende behandelingen.

Onderdelen van de cannabisplant kwamen in allerlei recepten voor, al dan niet in combinatie met andere geneeskrachtige kruiden. Vaak werden de verpulverde kruiden in wijn doordrenkt of met honing vermengd. Daarnaast was er in de Canon ook sprake van aftreksels en oliën.

Spiritueel gebruik van cannabis

Avicenna was niet alleen geïnteresseerd in de medicinale toepassingen van cannabis, maar ook in het spirituele gebruik van de plant.

Zijn vader was ingewijd bij de Ismailis, een Islamitische stroming die in verband gebracht werd met het esoterische gebruik van hasj.  

Avicenna zelf was ook bekend met de leer van de Ismailis en schreef over een bedwelmende stof ‘hushish’ (hasj) die bereid werd uit de gekneusde bladeren van de cannabisplant en een drank met de naam ‘banghie’ die eveneens van de plant gemaakt werd.

Betekenis van Avicenna voor de geneeskunde

Avicenna leefde in een periode van culturele, economische en wetenschappelijke bloei. De zogenaamde ‘Gouden Eeuw van de Islam’ begon met de inhuldiging van het Huis van de Wijsheid in Bagdad, de grootste stad van de wereld in die tijd. Het Huis van de Wijsheid werd opgericht als een bibliotheek en gold als intellectueel centrum van het Perzische Rijk. 

Geleerden uit verschillende delen van de wereld met verschillende culturele achtergronden kwamen er samen en werden gemandateerd om alle bekende klassieke kennis te verzamelen en te vertalen in het Syrisch en het Arabisch. Op die manier kon de kennis uit verschillende tradities samengevoegd worden.

Één van deze disciplines was de geneeskunde. Dankzij het werk van de geleerden kon de Arabische geneeskunde verder bouwen op de kennis van eerdere tradities, waaronder de Grieks-Romeinse, Perzische, Chinese en Indiase geneeskunst. Die twee laatsten kenden in Avicenna’s tijd al een lange geschiedenis van medicinaal cannabisgebruik. 

Avicenna was dus niet de eerste die de heilzame effecten van de cannabisplant beschreef, maar de populariteit van zijn werk droeg er wel toe bij dat deze kennis verder verspreid geraakte.