Op tweejarige leeftijd had Cheyenne Zwicker uit Irma, Alberta (Canada), al zes chemokuren ondergaan. In oktober 2013, net 18 maanden oud, was er namelijk neuroblastoomkanker bij haar vastgesteld.

Haar moeder Mandy en haar vader Robbie hadden besloten om hun dochter mee te nemen naar een dokter, nadat ze een knobbeltje bij haar linkerheup hadden opgemerkt.

“Lange tijd dacht ik dat het gewoon haar heupbeen was dat groeide, maar het werd steeds groter”, zegt Mandy. “Ik had nooit aan kanker gedacht. Ik dacht misschien hooguit een soort hernia of misschien een vergroeiing.”

Tests lieten echter een veel ernstiger uitslag zien: de knobbel van de peuter was een tumor. Neuroblastoom om precies te zijn, een kwaadaardige tumor in het sympathisch zenuwstelsel.

“Ik kon me haast niet bewegen toen ik het hoorde. Ik wist niet wat ik moest denken. Ik wist niet hoe ik moest reageren”, herinnert Robbie Zwicker zich. “Ik was bang.”

“Je krijgt opeens met zoveel te dealen”, voegt zijn vrouw eraan toe. “Het verandert je leven vanaf dat moment. Je weet het pas echt als je het ervaart.”

Operaties

Cheyenne onderging naast de zes rondes van chemotherapie nog drie operaties, waarvan twee om de massa te verwijderen.

“Bij de derde wilden ze van binnenuit kijken wat ze konden doen, dus sneden ze haar open. Maar na verloop van tijd kwam de chirurg weer naar buiten en hij zei tegen ons: ‘Sorry, maar ik kan niets doen. Als ik ook maar een klein foutje maak, kunnen we haar verliezen.’ Achteraf is dat misschien wel een zegen geweest.”

“Ik herinner me dat ik mijn kindje voor mijn ogen zag wegkwijnen,” herinnert haar moeder Mandy zich. Tegelijkertijd verbaasde ze zich over de veerkracht van Cheyenne, want ondanks alles bleef het meisje bijna altijd vrolijk en vol levenslust.

Na de diagnose bracht het gezin een groot deel van hun tijd door in het Stollery Children’s Hospital in Edmonton.

Uiteindelijk bleek dat Cheyenne immuun was voor de chemotherapie. Robbie en Mandy kregen twee opties: palliatieve zorg, of doorgaan met nog meer chemo. Maar, zo werd hen verteld, dat laatste zou waarschijnlijk zo’n aanslag worden op Cheyenne’s kleine lichaam dat de overlevingskans als zeer gering werd ingeschat.

Dus besloten ze om hun dochtertje mee naar huis te nemen.

Medicinale cannabis als laatste optie

“En dat is waar de genezing begon,” zegt Mandy nu. “We hadden geen enkele optie over, dus besloten we haar medicinale cannabis te gaan geven.”

“Er was echter geen enkele dokter bij ons in de buurt die haar dat wilde voorschrijven. Toen haar eigen oncoloog ervan hoorde, wilde hij er ook niets mee te maken hebben. We moesten helemaal naar Vancouver vliegen om daar via een organisatie haar eerste dosis te krijgen.”

“Ik deed een druppeltje wietolie op een aardbei, want die vindt ze lekker. Ze werd er wel wat high van, maar dat ging snel weg. Zo bouwden we langzaam haar dosering steeds verder op. Uiteindelijk nam ze één gram pure thc-olie per dag. Dat is heel wat, dat kan ik zelf niet eens aan, haha.”

Het resultaat was echter verbluffend, merkte Mandy: “Binnen een maand ging ze van niet springen, niet klimmen en geen trappen op, naar het allemaal perfect doen! En ze at! En de massa stopte met groeien. En haar nieren waren eerst te klein, maar die werden ook normaal.”

THC en CBD

Nu is Cheyenne bijna 5 jaar en het gaat prima met haar. “Ze leeft en ze is perfect,” zegt Mandy.

Ze hebben de ‘cannabis-medicatie’ zelfs nog wat uitgebreid, zegt ze. “De chemo heeft ervoor gezorgd dat ze een ontwikkelingsachterstand heeft, een soort licht autistische aandoening. Dus nu gebruiken we ook CBD om haar hersenen te helpen genezen. We moesten even ontdekken welke combinatie van THC en CBD het beste werkt voor haar. We gebruiken geen enkel farmaceutisch medicijn meer.”

“Cannabis werkt,” zegt ze. “En mijn dochter is een wonder.”

Bronnen: Globalnews.ca, YouTube, Cannabishempconference.com

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie